Burgerschap: de wet, de praktische uitvoering en het filosofisch fundament

Burgerschap: de wet, de praktische uitvoering en het filosofisch fundament
22 augustus 2021 Taleswapper

Burgerschap: de wet, de praktische uitvoering en het filosofisch fundament.

 

 

Phronèsis ‘special’ over burgerschapsonderwijs
De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF), studierichting onderwijs, leidt op tot tweedegraadsdocent filosofie en burgerschap. Dat houdt in dat je met dit diploma op zak ‘Bachelor of Education’ bent en les mag geven in filosofie en in burgerschap aan de eerste 3 klassen van de havo en het vwo; het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs; het beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en het praktijkonderwijs. De HTF is vooralsnog de enige HBO instelling in Nederland die geaccrediteerd is voor het onderdeel burgerschapsonderwijs. (Martin hoe zit dit precies? Ik wijd er graag een paar regels aan).

 

In Phronèsis, het vakblad voor toegepaste filosofie van de HTF, wordt in deze en de komende twee edities bijzondere aandacht aan burgerschapsonderwijs besteed. Het drieluik is bestemd voor onderwijsprofessionals in het funderend onderwijs en biedt overzicht in de wettelijke verplichtingen en de (on)mogelijkheden bij de praktische uitvoering. Ook wordt het filosofisch fundament verkend; de gedachten, normen en waarden die onder de vormgeving van burgerschapsonderwijs rusten.

 

 

Burgerschapsonderwijs is al een aantal jaren in ontwikkeling, de eerste wetteksten waarin eisen aan  burgerschapsonderwijs werden gesteld stammen uit 2006. Gezien het feit dat de formuleringen in die teksten te weinig verplichtend en voor teveel interpretaties vatbaar waren, is een nieuwe wettekst opgesteld.

Per 1 augustus 2021 is het nieuwe wetsartikel over actief burgerschap en sociale cohesie in werking getreden. De betreffende tekst, voor het VO is dit Artikel 17, maakt onderdeel uit van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Deze wet, ook wel bekend onder de naam ‘Mammoetwet’, is ingegaan op 1 augustus 1968 en kent inmiddels honderden wijzigingen, waarvan de ‘burgerschapswet’ de meest recente is.

De wettelijke verplichtingen op het gebied van burgerschap en sociale cohesie gelden uiteraard ook voor andere vormen van onderwijs, e.e.a. is te vinden op www.wetten.overheid.nl.

DE WETTEKST

Artikel 17. Actief burgerschap en sociale cohesie, Wet op het voortgezet onderwijs

1 Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op:

  1. het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school;
  2. het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving; en
  3. het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.

2 Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het eerste lid, onder c, genoemde verschillen.

Een uitdagende opdracht

Wat in WVO Artikel 17 met een paar regels wordt geschetst, bevat een wereld aan begrippen die erg lastig zijn te vertalen naar de onderwijspraktijk. De opdracht aan scholen is veelomvattend en stelt bijzondere eisen. Want, zoals in de verduidelijkende tekst van de Onderwijsinspectie staat, betekent de burgerschapsopdracht voor scholen:

“Het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en het (op school) handelen vanuit deze waarden is een belangrijke wettelijke eis. Dat basiswaarden bevorderd moeten worden, impliceert dat andere uitingen van de school daarmee niet in strijd mogen zijn. De kern van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat omvat vrijheid van meningsuiting, het gelijkheidsbeginsel, begrip, verdraagzaamheid, het afwijzen van onverdraagzaamheid en discriminatie, en autonomie & verantwoordelijkheidsbesef.”

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/burgerschap/kerndoelen

Verder geeft de Onderwijsinspectie aan dat scholen hun leerlingen sociale en maatschappelijke competenties moet meegeven die passen bij de denominatie van de school én rechtdoen aan de kerndoelen in het sociale domein.

Dit alles moet bereikt worden door op school te kunnen oefenen in een veilige omgeving, de activiteiten moeten doelgericht zijn en de opbrengst meetbaar.

Om zaken nog verder te compliceren: burgerschap is geen vak, behalve op het MBO. Binnen het funderend onderwijs kent burgerschap geen kerndoelen en is het geen examenvak. Wel wordt verwacht dat burgerschapsonderwijs in een doelgerichte doorlopende leerlijn wordt aangeboden en dat de resultaten worden gemeten. De onderwijsinspectie verwoordt dit als volgt:

“De wet stelt ook eisen aan de manier waarop het onderwijsaanbod moet worden georganiseerd:

  • Het burgerschapsonderwijs moet doelgericht zijn. Dat betekent dat concrete leerdoelen nodig zijn, waarin zichtbaar is welke competenties de school met het onderwijs nastreeft.
  • Het burgerschapsonderwijs moet samenhangend zijn. Dat betekent dat er een logische opbouw is, waarin de verschillende onderdelen in samenhang worden aangeboden.
  • De eis dat het burgerschapsonderwijs herkenbaar moet zijn, betekent dat het onderwijsaanbod zoals de school dat zegt te willen geven zichtbaar is in de praktijk.
  • Dat het onderwijs doelgericht moet zijn, betekent ook dat inzicht nodig is in de resultaten van het onderwijs. Dat betekent dat van scholen wordt gevraagd de leerresultaten voor burgerschap in kaart te brengen, zodat kan worden nagegaan of de leerdoelen worden gerealiseerd.”

 

 

 

VERTALING NAAR DE PRAKTIJK

De vertaling van de burgerschapsopdracht naar de concrete onderwijspraktijk vindt plaats op verschillende plekken en is een gezamenlijke inspanning van schoolbestuur, leerkrachten en andere onderwijsprofessionals, leerlingen(raad), ouderraad en idealiter ook de wijk en externe partijen.

Een aantal praktische zaken om mee aan de slag te gaan:

  • Inventarisatie: een eerste stap die in de meeste gevallen gelijk leidt tot resultaat en een positieve ervaring, is om te bekijken wat er binnen je school al gebeurt op burgerschapsgebied. Ook al is burgerschap dan niet als vak ingebed in het curriculum; tal van activiteiten of onderdelen van lessen voldoen al wel aan de opdracht. Vaak informeel, niet altijd goed beschreven, niet altijd duidelijk terug te vinden in visie, missie en schoolplan; maar de aandacht voor de burgerschapsvorming is meestal al op verschillende plekken aanwezig. Het benoemen en waar nodig formaliseren van wat er al is leidt tot meer kennis en meer draagvlak bij medewerkers als leerlingen.
  • Visie: de school dient een visie op burgerschap te hebben en beschrijft deze o.a. in het schoolplan en in de communicatie met (externe) belanghebbenden.
  • Vakoverstijgende communicatie: burgerschap is interdisciplinair, dus moet er een structuur zijn waarin docenten van elkaar weten wie aandacht besteedt aan welke onderdelen.
  • Doorlopende leerlijn: burgerschap moet als doorlopende leerlijn in het curriculum opgenomen worden en er wordt verwacht dat resultaten worden gemeten. Dit wordt ingebed de bestaande vakken. Wat ga je behandelen in welke vakken?
  • School als oefenplaats: burgerschap dient geoefend te worden. Hoe geef je dit in de praktijk vorm?
  • Lesmateriaal: wat gebruik je in de les, welke materialen zijn er, wat ga je zelf ontwikkelen?
  • Eigenaarschap: hoe betrek je de leerlingen en vergroot je hun eigenaarschap?
  • Kennis en kunde: beschikken docenten over voldoende capaciteit, of is bijscholing op bijvoorbeeld gesprekstechnieken benodigd?

Het bovenstaande is uiteraard niet compleet, maar op hoofdlijnen zijn dit de zaken waar je als school (verder) mee aan de slag kunt gaan. Er zijn diverse onderwijsprofessionals die hierbij kunnen helpen. Zo heeft de VO raad een quickscan ontwikkeld die je kunt gebruiken bij je inventarisatie. Bram Eidhof en Samira Bouchibti hebben allebei een ‘must read’ geschreven voor iedereen die zich met burgerschap bezig houdt; het ‘Handboek Burgerschapsonderwijs’ vol praktische tips en ‘Nederland is van ons allemaal’ dat onze grondwet als uitgangspunt neemt. Wie meer wil weten over werelburgerschap, duurzaamheid en sociale inclusie kan terecht bij Miguel Heilbron van ‘Fawaka Ondernemersschool’en zo zijn er nog veel meer mensen en middelen die helpen bij het verder vormgeven van burgerschapsonderwijs.

In de volgende editie van Phronèsis wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed.

 

Het filosofisch fundament

Burgerschap is een vakoverstijgende vorm van onderwijs waarin kennis, houding en vaardigheden op allerlei manieren worden onderwezen en geoefend. Wát je als onderwijsinstelling aanbiedt is, behoudens het wettelijk kader, vrij en mag ingekleurd worden volgens de levensbeschouwelijke visie van scholen. Burgerschapsonderwijs op de ene school kan er dus heel anders uitzien dan op een andere school. Er is echter een duidelijk uitgangspunt, dat volgens de wet actief bevordert moet worden: kennis van en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet; de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school. Het is echter te smal om burgerschap af te doen als een les staatsinrichting. Martin Slagter, docent en oprichter Hogeschool voor Toegepaste Filosofie bepleit om met burgerschapsonderwijs jongeren actief en betrokken te laten nadenken over een rechtvaardige samenleving.Goed burgerschapsonderwijs betekent dat jongeren de waarden waarop onze democratie en rechtsstaat zijn gebaseerd, internaliseren: zich daadwerkelijk eigen maken. Ze moeten niet alleen weten wat democratie inhoudt, maar daadwerkelijk democraat wórden. Een goede manier om dat te bereiken is de socratische gespreksmethode. In een socratisch gesprek gaat het niet om debat en discussie, maar om een dialoog: een gezamenlijk intellectueel onderzoek naar onderliggende waarden, waarbij hardop wordt nagedacht en foute antwoorden niet bestaan.”

Het filosofisch fundament van burgerschap staat centraal in de derde aflevering van de Burgerschapsspecial in Phronèsis magazine.